Nederlands Bijbelgenootschap
Blogs Ga terug naar het overzicht
Roelien Smit op 6 Oktober 2014

Een hevige wind waaide over het water

In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was leeg en verlaten. Overal was water, en alles was donker. En er waaide een hevige wind over het water.
(Genesis 1:1-2)

Over het scheppingsverhaal, en over hoe het vertaald moet worden, worden al eeuwenlang boeken geschreven. Eén van de vertaalkwesties, is de vertaling van vers 2. In het Hebreeuws wordt hier gesproken over de ruach elohim.

Die woorden kunnen op verschillende manieren vertaald worden, zoals ook blijkt uit verschillende vertalingen. Zo vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling: “maar Gods geest zweefde over het water”, met de aantekening dat er ook een andere vertaling mogelijk is: ‘een hevige wind joeg het water op’.” De Groot Nieuws Bijbel vertaalt: “De wind van God joeg over het water.” En de NBG 1951 vertaling heeft: “en de Geest Gods zweefde over de wateren.” Al deze keuzes zijn goed te verdedigen als vertaling van het Hebreeuws.

Het eerste woord, ruach, kan zowel adem, geest als wind betekenen. Al deze betekenissen komen ook voor in bijbelvertalingen.

Het tweede woord, elohim, wordt meestal met ‘God’ of ‘goden’ vertaald. Het woord kan zowel voor de enige God van Israël gebruikt worden, als voor goden van andere volken. Maar het kan ook nog iets anders betekenen. Het woord wordt ook een aantal keer gebruikt om in het Hebreeuws een overtreffende trap aan te geven. Twee voorbeelden zijn te vinden in Jona 3:3 en in 1 Samuel 14:15. In Jona 3 staat over Nineve dat het een godsgrote stad is. Bijna alle vertalingen vertalen hier dat de stad reusachtig groot is. En in 1 Samuel 14 staat dat er een schrik Gods uitbreekt. Hier vertaalt de Bijbel in Gewone Taal: “De aarde schudde, en iedereen was in paniek.”

In Genesis 1:2 is ervoor gekozen om een soortgelijke keuze te maken als in Jona 3:3 en 1 Samuel 14:15. Daarom staat er dat er een hevige wind over het water waait. Er is nog grote chaos: overal is water en alles is donker. En daarbij past de hevige wind als natuurelement heel goed.
Alle besproken vertaalmogelijkheden van dit vers zijn, zoals gezegd, te verdedigen. In een vertaling moet echter een keuze gemaakt worden. In de Bijbel in Gewone Taal is gekozen voor duidelijkheid. Niet alleen wat betreft de losse woorden, maar ook voor de opbouw en de voorstelling van het geheel. Bij deze criteria past het dus om te kiezen voor woorden die een voor alle lezers bekend beeld overbrengen: ‘een hevige wind’.

Zo begint het scheppingsverhaal: donker en chaotisch. Maar uiteindelijk eindigt het met licht en rust als God de zevende dag zegent. Want op die dag was hij klaar met de schepping en rustte hij uit van al zijn werk.

Roelien Smit is oudtestamenticus en een van de vertalers van de Bijbel in Gewone Taal.

3 reacties

  1. Ik vind Gods geest (Heiligen Geest) die over de aankomende aarde zweefde aannemelijker. De wind niet, die was volgens mij nog niet geschapen. Ik denk dat de wind op de vierde dag is gekomen, vanwege de vogels die vlogen boven de aarde.

  2. De vraag waar elohim gebruikt wordt voor de overtreffende trap is intrigerend. Een interessant geval is ook nog Genesis 30:8. De Statenvertaling heeft daar nog “Ik heb worstelingen Gods met mijn zuster geworsteld”, maar de Herziene Statenvertaling heeft “Ik heb een zware strijd met mijn zuster gevoerd”, met in een voetnoot een opmerking over de letterlijke vertaling “worstelingen van God gehad”. De BGT heeft in Genesis 30:8, zoals te verwachten “Mijn zus en ik hebben hard gevochten”. Ik vind het opmerkelijk dat de Groot Nieuws Bijbel hier toch nog een verwijzing naar God heeft: “Ik heb met mijn zuster om Gods gunst moeten vechten”. Maar blijkbaar was de GNB terughoudender in de weergave van elohim als overtreffende trap, blijkens ook het voorbeeld van Genesis 1:2 in de blog hierboven (maar in Jona 3:3 heeft de GNB wel “een buitengewoon grote stad” en in 1 Samuel 14:15 “de schrik van hun leven”; in dat laatste geval heeft de NBV wel weer “angst voor God”).

  3. Maken i.p.v. scheppen? In de grondtekst worden er twee verschillende woorden gebruikt in Genesis 1, die door de vertaling in de gewone taal met één woord worden vertaald: maken. In de traditionele vertalingen wordt het ene woord met “scheppen” en het andere met “maken” vertaald. Het woord dat traditioneel met scheppen wordt vertaald krijgt een zekere nadruk. Het wordt 7 (of eventueel 6 keer gebruikt) in het eerste scheppingsverhaal, speciaal als er sprake is van het feit dat de mens beeld en gelijkenis van God is(3x).
    Een kunstenaar schept dat wat er tot nu toe niet was: een unieke stoel, een vakman maakt de stoel. Daarom betekent maken i.p.v. scheppen een vervlakking die niet nodig is voor de helderheid, immers boven het hoofdstuk zetten ook de nieuwe vertalers het woord schepping. Dus ook zij weten dat het woord schepping geen onbegrijpelijk woord is. Het zou in de nieuwe vertaling logischer geweest zijn boven Genesis 1 i.p.v. “schepping” , iets als: “mooi maakwerk” te schrijven, om daarmee de vervlakking consequent door te voeren.
    Een sterke wind i.p.v. de Geest van God: Als wij alleen te maken hebben met een sterke wind in de angstwekkende duisternis, dan ontnemen de vertalers de moderne lezers een fundamenteel geloofsinzicht, namelijk dat God in de angstwekkende duisternis de mens niet alleen laat, zie bijvoorbeeld psalm 139 . In Deuteronomium 32: 10 en 11 worden zelfde woorden(in de grondtaal) als in Genesis 1 : 2 gebruikt. Een beschrijving van het kwetsbare volk in de angstwekkend grote woestijn, maar God zweeft boven zijn volk, als een arend boven zijn jongen.

    Wat de vertaling van Genesis 1 in gewone taal doet is de lezer buiten het gebeuren plaatsen, zoals een wetenschapper het ontstaan van het heelal zal beschrijven, voor kinderen. Maar de vertalers willen de tekst toch niet in de gelijke taalveld zien als een wetenschappelijke verklaring van het ontstaan van het heelal?
    Het scheppingsverhaal in Genesis (zoals trouwens de hele bijbel) is toch betrokken op de vraag zoals geformuleerd door de dichter Mustafa Stitou: “kan men hier sterven leren en leven?” (in zijn gedicht de tempel).

Reageer

* Verplicht veld